Muzikaal bijzonder : Vrouwen in de muziek

21 juli 2010

In de Schatkamervitrine vinden we deze zomer handschriften en vroege uitgaven van Nederlandse vrouwelijke componisten rond 1900. De emancipatie speelde een belangrijke rol bij het naar buiten treden van deze vrouwen. Niet langer tevreden met optredens tussen de salondeuren, begaven zij zich stapsgewijs richting het concertpodium. Een logische tussenstap hierbij is het gebied van het lied en met name kinderliedjes. Een aantal van deze kinderliedjes is omarmd door het grotere publiek en heeft zijn weg gevonden in het bekende Nederlandse repertoire. In de bundel ‘Kun je nog zingen, zing dan mee’, voor het eerst gedrukt in 1908, vinden we een aantal bekende namen terug: o.a. Catharina van Rennes en Hendrika van Tussenbroek.

De rol van vrouwen in het Nederlandse muziekleven was in de 19de eeuw beperkt. Behalve op het gebied van zang, kregen niet veel vrouwen de kans zich als professioneel musica te profileren.
Vrouwen droegen in de eerste plaats de verantwoordelijkheid voor het huishouden en de opvoeding van de kinderen. Op het gebied van de kunsten kon een vrouw zich slechts als liefhebster ontplooien en werden de resultaten van haar inspanning vaak enigszins geringschattend terzijde geschoven.

In de eeuw die achter ons ligt, is het proces dat begon met bescheiden kinderliedjes en pianocomposities voor uitvoering in besloten kring, voortgezet. Anno 2010 is de inhaalslag nog niet voorbij, maar we horen wel steeds meer muziek van vrouwelijke componisten op het concertpodium.

Een korte schets over de vrouwelijke componisten waarvan muziekwerken te zien zijn in de schatkamervitrine:

Hendrika van Tussenbroek
hendrika van tussenbroek

Hendrika van Tussenbroek werd geboren in Utrecht op 2 december 1854 en is gestorven op 21 juni 1936 te Doorn. Zij studeerde in Utrecht bij Richard Hol en Johan Wagenaar en richtte in Utrecht -en later ook in Amsterdam- een eigen zangschool op. Van Tussenbroek componeerde voornamelijk kinderliederen en kindercantates, die voor de muzikale vorming van het kind van grote waarde waren. In zoverre was zij een ‘kunstzuster’ van Catharina van Rennes. Hendrika van Tussenbroek en Catherina van Rennes waren vriendinnen van elkaar. De liederen van Hendrika hebben vaak een zangpedagogische strekking, ze munten uit door een fijne, ranke melodie. Een van de mooie zangjuweeltjes zijn de ‘Fabels van La Fontaine’ waaronder het lied ‘De krekel en de mier’ .

Catharina van Rennes
Catharina van Rennes foto

Catharina van Rennes werd geboren op 2 augustus 1858 in Utrecht en is gestorven op 23 november 1940 te Amsterdam. Zij heeft haar opleiding gevolgd bij Richard Hol, Johannes Messchaert en Th. L. van der Wurff.
Bij Van der Wurff slaagde zij voor klavierspelsolo in 1883 en in 1884 voor solozang en zangonderwijs. Daarna had zij een carriere als zangeres waarbij ze solo’s zong in werken van Robert Schumann.
In 1887 stichtte zij in Utrecht haar eigen zangschool voor kinderen, ‘Bel Canto’, die in verschillende steden dependances kreeg.
Catharina ontwikkelde een eigen onderwijsmethode voor kinderen. Tot haar leerlingen behoorden prinses Juliana en Jo Vincent.
Haar composities bestaan voor een groot deel uit een-, twee- en meerstemmige kinderliederen met pianobegeleiding. Met haar opgewekte en vaak humoristische liedjes doorbrak ze de toen overheersende overtuiging dat een kinderlied in de eerste plaats braaf en moralistisch moest zijn. Een van haar bekendste kinderliedjes is: ‘Drie kleine kleutertjes die zaten op een hek’.

Henriëtta Jacoba Witsen werd in 1875 in Amsterdam geboren als telg uit de bekende Witsen dynastie. Zij bezocht de HBS in Haarlem en trouwde in 1898 met de uit Middelburg afkomstige Bonifacius de Jonge van Campens Nieuwland.
In 1906 verliet Henriëtta haar man en drie kinderen en in 1909 werd de scheiding uitgesproken. Van 1913 tot 1922 was zij getrouwd met de Rotterdamse autohandelaar Pieter Overgauw. In die periode deed zij eindexamen piano aan het Conservatorium van Berlijn. Na haar tweede scheiding woonde zij een tijd in bij haar vader in Amsterdam.Van 1946 tot 1959 leefde zij op Walcheren, afwisselend in Oostkapelle en Domburg. Haar composities, vooral pianowerken en liederen, waarvan een aantal tijdens haar leven in druk is verschenen als opus 1 t/m 4, zijn duidelijk beïnvloed door de muziek van Schumann en Chopin.

Anna van der Mieden van Opmeer
Vermoedelijk betreft het hier Agnes Anna van der Mieden, geboren te Middelburg op 20 april 1843, en gestorven op 24 februari 1934 te Oostkapelle. In de archieven van Toonkunstkoor Zeist, een van de oudste koren in Nederland, vinden we in het programma van het concert op 7 april 1908 haar naam tussen de solisten: Jonkvr. A. van der Mieden van Opmeer, sopraan. Bij die gelegenheid werd o.a. uitgevoerd: ‘Die wilden Schwäne’ – Reinecke, en van L.F. Brandts Buys: ‘Das Singenthal’.

Deze expositie in de schatkamervitrine bevindt zich op de eerste etage van de Zeeuwse Bibliotheek en is nog te bewonderen tot en met 21 augustus.

Els van de Wijdeven en Rea Bensch, muziekafdeling

De Althaea Pers

19 juli 2010

Tot en met 4 september is er in de expositieruimte van de Zeeuwse Bibliotheek een overzichtstentoonstelling met werk van Jos Swiers, getiteld De Althaea Pers 1997-2010: Dubbelslag.

Althaea

De Althaea Pers is een private, niet commerciële drukkerij en uitgeverij van hoofdzakelijk bibliofiele uitgaven in een beperkte oplage. In augustus 1997 door Jos Swiers uit Den Haag opgestart. Hij kiest bewust niet voor het vanouds ambachtelijke hoogdruk – zetwerk in lood en een daarbij behorende drukpers – maar maakt gebruik van de computer en een hoogwaardige laserprinter. Bovendien legt hij zichzelf een aantal beperkingen op: tekst alleen in een tekstverwerkingsprogramma en geen gebruik van (tekst)kleur.

Swiers maakt daarbij in toenemende mate ook gebruik van de bijdragen door kunstenaars, drukkers, vormgevers, fotografen en boekbinders. Het grote aantal uitgaven met werk van en over Anneke Brassinga, Constantijn Huygens, J.H. Leopold, Johan Breuker en Theo Gootjes en de jaarlijkse uitgave ter gelegenheid van koppermaandag zijn daar zichtbare voorbeelden van.

Zijn liefde voor het gedrukte boek en zijn eigen verzamelingen vormen in veel gevallen de bron of aanleiding voor een uitgave. Typerend voor uitgaven van De Althaea Pers is dat ze – op een enkele uitzondering na – niet voor de verkoop bestemd zijn. Dat heeft te maken met het karakter van vrijwel alle publicaties: het zijn gelegenheidsuitgaven die speciaal voor één persoon worden gemaakt.

Tot op de dag van vandaag zijn er 142 uitgaven verschenen. De bibliografie is integraal opgenomen op de website van de Althaea Pers.

Althaeapers

De expositie is op 2 juli 2010 geopend door Ronald Rijkse (conservator Oude Drukken en Bijzondere Collecties Zeeuwse Bibliotheek), Gerard Post van der Molen (margedrukker bij De Ammoniet) en Jos Swiers. Hij presenteerde de speciaal voor deze gelegenheid gemaakte uitgave (nr. 141) Dubbelslag Verrassend toeval. Toevallige verrassing. Met daarin een bijdrage van Ronald Rijkse en hemzelf.

Ronald Rijkse heeft deze bijzondere expositie met Jos Swiers samengesteld. Het is de laatste tentoonstelling van Rijkse in de Zeeuwse Bibliotheek, want in het najaar gaat hij met pensioen. Dubbel de moeite waard om te bekijken dus.

Machteld Berghauser Pont, communicatie

Foto’s uit het PZC archief

12 juli 2010

FO127649

Winkelier, Aardenburg (1961)

Sinds 22 juni hangen er in het Zeeuws Documentatiecentrum foto’s uit het PZC archief (periode 1950-1965). In 2009 heeft de Zeeuwse Bibliotheek een grote collectie negatieven van het PZC archief uit de jaren 1950-1987 in langdurige bruikleen gekregen. Een deel is inmiddels gedigitaliseerd, beschreven en te raadplegen via Beeldbank Zeeland.

De foto’s gaan onder andere over het dagelijks leven, diverse takken van sport, verenigingsleven, onderwijs, landbouw, industrie, studenten, feesten. De tentoonstelling is al door diverse mensen bezocht en voor velen van hen een feest van herkenning. Zeker voor degenen die deze periode bewust hebben meegemaakt. De jaren vijftig met name was een periode van wederopbouw en zuinigheid. Op Beeldbank Zeeland is een thema aangemaakt over dit PZC archief. Er zijn al verscheidene mensen geweest die een afdruk uit dit archief willen bestellen omdat ze zichzelf of familieleden op een van de foto’s herkennen. De PZC heeft in de editie van zaterdag 19 juni een groot artikel over deze tentoonstelling geplaatst.

pzcII

PZC artikel 19 juni 2010

De tentoonstelling is nog tot 15 augustus te bekijken op de tweede verdieping van de Zeeuwse Bibliotheek. Ook na deze periode blijven de foto’s te zien via Beeldbank Zeeland. Over een aantal jaren zullen alle foto’s uit het PZC archief opgenomen zijn.

Ester van Dooren, Beheerder audiovisuele en digitale collecties

Uit Zweden

5 juli 2010

Op reis in het buitenland ga ik uit aardigheid wel eens een bibliotheek binnen. In juni van dit jaar bracht ik drie weken in Zweden door. Dat kwam deze keer toevallig op gemiddeld één bibliotheek per week neer. Ik ben in twee openbare bibliotheken geweest en een universiteitsbibliotheek. Een ontspannen indruk.

simrishamn

Bibliotheek ‘Valfisken’

De eerste was de openbare bibliotheek ‘Valfisken’ in Simrishamn. Dat ligt op de uiterste zuidoostelijke punt van Zweden, aan de Oostzee. Het is een plaats ongeveer zo groot als Yerseke (en met dezelfde zeelucht). Ik dacht dat ik de eerste Marinus Bierens ooit in Simrishamn was, maar wat bleek: mijn grootvader met dezelfde naam was mij daar al zestig jaar geleden voorgegaan op een agrarische studiereis.

Zoals gebruikelijk in Scandinavië, is de bibliotheek onderdeel van een ‘cultuurhuis’ dat onderdak biedt aan meerdere culturele instellingen. Bij binnenkomst zie je meteen wat je in Zweden verwacht: de nieuwste detectives van eigen bodem. Iets verderop hebben ze een apart gedeelte voor regionale geschiedenis. Opvallend is ook een informatiepunt over de Europese Unie.

Er zijn minder werkplekken met computers dan je in een vooruitstrevend noordelijk land verwachten zou. In ieder geval geen gamezone. Wel behaaglijke plekken voor iedereen om lekker te zitten lezen. Het plaatsingssysteem van de boeken en andere materialen is op basis van korte nummers. Op de etiketten staan niet de eerste vier letters van het hoofdwoord, dus wordt het aan de lener zelf overgelaten om de goede plank te vinden. Zeker bij het wegzetten moet je daar toch wel goed op de achternaam van de schrijver letten, denk ik. De website is enkel in het Zweeds.

gavle

Stadsbibliotheek ‘Gefle Vapen’

Het middelgrote Gävle

Veel noordelijker aan de Oostzee, of eigenlijk is het al aan de Botnische Golf, ligt Gävle (uitspreken als jaevle). Aan de overkant van het water moet Finland liggen. De stad is van het formaat Roosendaal. De stadsbibliotheek ‘Gefle Vapen’ is van het formaat Zeeuwse Bibliotheek Plus, zou ik zeggen. Ze is gevestigd in een modern pand aan de rand van een 18e eeuwse wijk. Veel binnensteden in Zweden zijn verloren gegaan door branden. Dat heb je in een land waar eeuwen lang vooral van hout gebouwd werd. Maar in Gävle is een aantal straten met houten huizen in pasteltinten bewaard gebleven.

De open opstelling doet zeker niet onder voor de Zeeuwse Bibliotheek. Wat er vooral opvalt, is dat de kasten zo heerlijk vol zijn. Saneren? Pas wanneer de kasten uitpuilen, gaan we eens kijken wat misschien weg kan. Als boeken een beetje slijten, wil dat zeggen dat de mensen ze graag lezen. Dus dan laat je ze juist staan! Zo lijken ze te redeneren. In de collectie valt op hoeveel leesboeken ze in vreemde talen hebben. Niet alleen Fins en Engels, maar alle talen waar asielzoekers en andere ‘medezweden’ vandaan komen. Bijvoorbeeld heel veel Arabisch, Perzisch en Russisch. Er staan zelfs welgeteld vier Nederlandse romans, waaronder niemand minder dan goeie ouwe Mien van ’t Sant!

Wij waren er op zondag, en dan zijn ze enkele uren open. De collectie muziek is een wat we noemen ‘speerpunt’ van deze bibliotheek. Wat ook op de Zeeuwse Bibliotheek lijkt, is het doe-het-zelf systeem bij uitlenen en innemen. En links voorbij de ingang heeft deze stadsbibliotheek eveneens een leescafé, met een wat ruimere sortering dan bij ons. Bovendien heeft het café een heus buitenterras. De website is ook hier alleen in het Zweeds gesteld.

uppsalaZilveren bijbel

Grandeur van Uppsala

Van een grandioos kaliber is de universiteitsbibliotheek van Uppsala. In deze stad ontwierp de 18e eeuwse geleerde Carl von Linné (in Latijnse vorm Carolus Linnaeus) een indeling voor het plantenrijk die nog altijd geldig is. Uppsala was in de oudheid het politiek, cultureel en godsdienstig hart van de Zweedse natie. Vandaar dat hier in de late middeleeuwen een universiteit opgericht werd.

De bibliotheek ‘Carolina Rediviva’ is ondergebracht in een 19e eeuws pand bovenaan een heuvel met uitzicht op de dom en universiteitsgebouwen. Om binnen te gaan moet je lid zijn. Maar naast de hoofdingang is wel een permanente tentoonstellingsruimte ingericht. Met, vanzelfsprekend, de hoogtepunten uit de collectie. Waren Simrishamn en Gävle voor ons nog te bevatten, op de universiteit kom je natuurlijk in een andere wereld. Kleitabletten, Egyptische papyri, verluchte handschriften, de oudste Zweedse drukwerken in het Latijn en in het Zweeds…

Absolute topper is de ‘zilveren bijbel’ uit het begin van de zesde eeuw. Het is een vrijwel ongeschonden exemplaar van de vier evangeliën in de Gotische taal. Op dun purperkleurig perkament zijn de letters met zilverhoudende inkt opgetekend, vandaar de naam. Een eeuw tevoren was de tekst in het Gotisch vertaald. Tijdens de grote volksverhuizingen was een deel van de Goten, voor het andere deel woonachtig in het zuiden van Zweden en het nog steeds zo genoemde eiland Gotland in de Oostzee, in Oost-Europa terecht gekomen. Daar splitsten ze zich weer tussen Oost- en West-Goten. De Oost-Goten veroverden Italië. Hun koning Theoderik, die in Ravenna woonde, gaf opdracht voor dit handschrift. Het was vermoedelijk zijn persoonlijk exemplaar.

In de 16e eeuw bevond het evangelieboek zich in het bezit van de Oostenrijkse keizers. Zij hadden een grote bibliotheek in Praag. Aan het einde van de dertigjarige oorlog, in 1648, namen Zweedse troepen Praag in en namen de boekenschat mee naar hun land. Zonder te weten wat ze precies bij zich hadden, brachten ze zo het Gotische evangelie thuis in Zweden, de hedendaagse erfgenaam van de Gotische natie. Nu ligt het boek permanent te kijk in een spaarzaam -maar stemmig- verlichte vitrine.

De  universiteitsbibliotheek heeft ook een website. Met een kleine virtuele tentoonstelling. Rechts bovenaan is een knop waarmee je de taal op Engels kunt zetten. Als conservator van de bescheiden Zeeuwse collectie kwam ik toch wel een beetje beduusd naar buiten …

Eenmaal terug in Middelburg, werd ik verrast door het zomerthema ‘Scandinavië’. Terwijl ik alle Zweedse bossen afgezocht had op trollen, maar er geen gevonden had, lachten ze me vrolijk toe in vitrines op de begane grond van de bibliotheek. Maar deze zijn niet echt. Want hoe herken je echte trollen? Je kunt ze meestal niet eens zien, maar alleen ruiken. Ze stinken namelijk ontzettend. En ik kan het toch wel weten, gelooft u mij.

Marinus Bierens, vakreferent & coördinator catalogus Zeeuws Documentatiecentrum

 

E-books: snelle groei

22 juni 2010

Veel bibliotheken experimenteren met nieuwe mogelijkheden van e-books, zowel op het gebied van de beschikbaarstelling van de inhoud als ook de e-readers waarmee de inhoud kan worden gelezen.

Aan apparaten geen gebrek. Kiezen voor de juiste e-reader wordt steeds moeilijker. De website eReaders.nl geeft de mogelijkheid om de verschillende leesapparaten met elkaar te vergelijken. Er zijn grote verschillen in de mogelijkheden van e-readers. De meeste e-readers maken gebruik van eInk-technologie – elektronisch papier – wat het lezen vanaf het scherm wat makkelijker maakt. Bovendien heeft de batterij een langere gebruiksduur.

Met de aanstaande verkoop van de iPad in Nederland (juli) zal het gebruik van e-books waarschijnlijk sterker gaan toenemen. Intussen zijn er al 2 miljoen exemplaren van verkocht. De iPad wijkt af van andere e-readers door het gebruik van LED in plaats van elektronische inkt. Een voordeel is dat de iPad multifunctioneel is. Naast het lezen met het programma iBooks is ook tekstverwerking, mailen, twitteren en hyven mogelijk. In feite is de iPad een tablet-pc gebaseerd op de mogelijkheden van de iPhone.

iPad

Een aantal boekwinkels verkoopt intussen zowel e-readers als ook de e-books zelf. Nederlandstalige content komt steeds meer beschikbaar. Belangrijk is wel dat ook schrijvers overtuigd raken van de mogelijkheden van de e-reader. Het is ook in hun belang dat de uitgegeven boeken voor het publiek elektronisch beschikbaar komen tegen een fatsoenlijke prijs voor de consument. De markt voor e-books is een groeimarkt waarbij de uitkomsten van ontwikkeling zich moeilijk laten voorspellen. Het lijkt een goed moment voor openbare bibliotheken om aan deze ontwikkeling deel te nemen en e-books te introduceren voor brede doelgroepen.

Volgens de laatste cijfers zijn er in de eerste vier maanden van 2010 bijna 100.000 e-books en in de afgelopen acht maanden 50.000 e-readers verkocht. Dit blijft weinig als je dit vergelijkt met het aantal gedrukte boeken van 14,5 miljoen in het eerste kwartaal. Maar de groei is onmiskenbaar. Sony heeft intussen voorspeld dat e-books over 5 jaar de verkoop van gedrukte boeken zal evenaren.

Er zijn een paar websites waar je gratis e-books kan downloaden. Van deze boeken is meestal het auteursrecht verlopen of heeft de auteur erin toegestemd om af te zien van zijn/haar auteursrecht. Voorbeelden van dergelijke sites zijn: Google Books en Project Gutenberg. Bij deze laatste zijn 32.000 titels gratis beschikbaar waaronder veel klassiekers zoals Alice in Wonderland (no. 1 van de top 100). Voor de liefhebbers is ook Frankenstein van Mary Shelley verkrijgbaar.

E-books worden in verschillende formaten beschikbaar gesteld. Standaardisatie blijkt bij technologische vernieuwing een lastig probleem te zijn. Het meest gangbare formaat is epub (electronic publication). Dit wordt steeds populairder omdat het een open formaat is en makkelijk te gebruiken door uitgevers. Daarnaast is ook pdf een belangrijk formaat.

calibre

Voor veel gebruikers is Calibre, een e-book manager, een handig programma om je eigen collectie e-books te beheren. Calibre is verkrijgbaar in een Windows, Macosx of Linux versie en is open source, dus gratis beschikbaar. Een van de aardige kenmerken is dat je een e-book kunt aanpassen aan het gewenste formaat. Dus pdf kun je omzetten in epub of omgekeerd. Calibre is geschikt voor alle gangbare typen e-readers. Er is een goede viewer ingebouwd en desgewenst kun je Calibre gebruiken om boeken op je PC te lezen.

Cees de Blaaij, vakreferent sociale wetenschappen, filosofie, economie en geschiedenis

De krant van gisteren

14 juni 2010

Ik zal niet snel de opening van onze krantenbank in januari 2007 vergeten. Geheel onwetend van dit machtige biografische wapen –waar menig geheime dienst twintig jaar geleden jaloers op zou zijn geweest- werden net als op google persoonsnamen ingetikt. Dit leidde tot ontdekkingen die sommige deelnemers liever onder het zand begraven hadden gelaten, want niet alleen de latere hoogtepunten in ons leven worden in de krant gemeld.

Enthousiast en vol ongeduld was het dan ook wachten tot 27 mei 2010; het moment waarop onze nationale schatbewaarder, de KB, haar krantenbank zou openen. De sprekers van die middag bleken op geen enkele uitzondering na biografische gegevens te hebben gezocht van personen die wel eens iets hadden uitgevroten dat zij liever geheim hadden gehouden.

Zo wist sporthistoricus Jurryt van de Vooren – redacteur van sportgeschiedenis.nl- het geheime liefdesleven van een Nederlands/Engelse bokser te ontrafelen, die, zonder dat de wederhelften het wisten, in Engeland én Nederland was getrouwd. Ook legde hij op pijnlijke wijze de rol van prins Bernhard bloot in de Greet Hofmans affaire. Het was de prins zelf die, op de terugweg van het hippische nummer op de Olympische Spelen in Zweden in 1956! -u leest het goed- Hamburg aandeed om Der Spiegel over de gebedsgenezeres te informeren.
ac4december1813
De Amsterdamsche Courant van 4 december 1813.

De meeste oude kranten zijn slechts één foliovel groot, aan de voor- en achterzijde bedrukt; vaak zijn de marges ook nog overdwars bedrukt, opdat elke centimeter papier werd gebruikt. De krant ‘opende’ met de oudste berichten: eerst nieuws van veraf (West- en Oost-Indië en Afrika). Dat nieuws stond op datum, maar kon meer dan een half jaar oud zijn. Vervolgens vertalingen van artikelen uit onder meer Italië, Duitsland, Engeland en Frankrijk. Daarna volgden recentere berichten uit eigen land, gevolgd door ongedateerde berichten met ‘gemengd nieuws’. De krant besloot met officiële mededelingen en advertenties, als die er waren.

Veel mensen denken dat de Opregte Haarlemsche Courant de oudste Nederlandse krant is, of zelfs de oudste krant ter wereld, maar dat is niet zo. Het eerste nummer van die krant verscheen in 1656. De oudste gedrukte kranten, met nieuws uit heel Europa, verschenen in 1605 in Duitsland. De oudste Nederlandse krant, gedrukt in Amsterdam, dateert van 14 juni 1618; en die de Courante uyt Italien, Duytslandt & c., is opgenomen in de krantenbank van de KB. Binnen anderhalf jaar zullen op die website ruim acht miljoen historische krantenpagina’s te raadplegen zijn, van 1618 tot 1995. De eerste miljoen pagina’s zijn al online.

Wat veel mensen niet weten of beseffen is dat de krantenbank van de ZB bij de top drie van Nederland hoort. Na die van de KB en de Leeuwarder Courant is de krantenbank van de ZB de derde grootste van Nederland met ongeveer een half miljoen pagina’s aan kranten van Zierikzeesche Courant tot Noord-Bevelands Nieuws- en advertentieblad van 1798 tot en met 1998. Ruim twee eeuwen krantengeknisper dus.
mco-1895-01-01-001
De Middelburgsche Courant van 1 januari 1895

Voor Zeeuwse onderzoekers is het beste nieuws dat de Middelburgsche Courant nu eindelijk grotendeels ontsloten is. Op onze eigen website is de krant binnenkort vanaf 1855 raadpleegbaar (grote delen tot en met 1940 zijn al in te zien). Bij de KB kan de Middelburgsche Courant vanaf haar start, van 1758 tot en met 1827 worden bekeken. Samen met de KB biedt de ZB vanaf juli 2010 de complete Middelburgsche Courant aan; inclusief de Franse jaren toen de krant door het leven ging als het Journal du département des Bouches de l’Escaut. Begin 2011 zal de Middelburgsche Courant vanaf 1758 tot en met 1940 op krantenbankzeeland.nl te zien zijn.

Steeds vaker constateer ik dat journalisten en onderzoekers gebruik maken van de Zeeuwse krantenbank. Zo stond pas geleden een verwijzing naar de Vlissingsche Courant van 1939 in de Volkskrant van 10 mei en in het pas verschenen boek ‘Bromsnor in Zeeland’ blijkt dat historicus Albert Kort alle digitale Zeeuwse kranten heeft nagezien op de verrichtingen van de dorpsveldwachter.

Voordat eenieder de foute voorouders van zijn gehate buurman of -vrouw gaat opzoeken, wil ik toch nog wijzen op de andere meerwaarde van dit medium. De krantenbank is een ongelimiteerde historische bron die de gebeurtenissen weergeeft zoals ze door onze tijdgenoten werden geconsumeerd; hoe zij daarop reageerden en wat daarbij werd gevoeld. Ook is het een lexicografische schatkist waaruit veel van onze taal kan worden geleerd.

In cultureel en anthropologisch opzicht is het interessant te zien hoe de zuilideologische achtergrond van een krant doorwerkte in de berichtgeving: kregen de katholieken ook daadwerkelijk katholiek nieuws voorgeschoteld? Wie goed door de kranten van de tijd heen grasduint zal verrast zijn over de felle polemieken die in de loop van de tijd over thema’s zijn gevoerd die nu allang passé of geaccepteerd zijn. De pro-Amerikaanse houding van noordwest-Europa vanaf de jaren vijftig lag namelijk voor de oorlog geheel anders. Of neem de sportbeoefening; al die tienduizenden in de stadions. Dat was toch verdwazing van de mensheid?
vco-1932-10-19-005
Commentaar op de sportbeleving in de Vlissingsche Courant van 19 oktober 1932

Bronvermelding:  de historische bronnen zijn ontleend aan een artikel van Ewoud Sanders in NRC Handelsblad, 26 mei 2010, pag. 18

Johan Francke, informatiespecialist  Zeeuws Documentatiecentrum

BAZAR-project feestelijk afgesloten

8 juni 2010

Ontmoeting met schrijfster Corien Botman
Op maandag 7 juni is het project BAZAR feestelijk afgesloten. BAZAR is een leesbevorderingsprogramma voor het vmbo. Vier jaar lang werkten de Christelijke Scholengemeenschap Walcheren (locaties Bestevaêr en Toorop), het Scheldemond College, Bibliotheek Vlissingen en de Zeeuwse Bibliotheek samen in dit project.

Ongeveer driehonderd brugklasleerlingen kwamen naar de Zeeuwse Bibliotheek om deel te nemen aan allerlei activiteiten:

  1. een voorleeswedstrijd
  2. de film Stormbreaker
  3. een ontmoeting met schrijfster Corien Botman, bekend van de boeken Schaduwspits, Lijf mijn lief, Prinsenleven en Hou van mij
  4. storyboard schrijven met Raimond van Soest: cartoonist, illustrator en storyboardtekenaar
  5. raps maken met Virgil Piqué, voormalig lid van de Zeeuwse band ‘De Hobbyisten’.
  6. stiftgedichten schrijven met Judy Elfferich
  7. een workshop theater onder leiding van Remy van Keulen
  8. kaftje kijken met Alice Speckmann
  9. vliegende reporters, onder leiding van Edith Ramakers, lezersredacteur van de Provinciale Zeeuwse Courant.

Vliegende reporter aan het bloggen

De verslagen van de Vliegende Reporters zijn te lezen, te zien en te horen op bazarwalcheren.blogspot.com, het YouTubekanaal en de Flickrpagina van de Zeeuwse Bibliotheek. Het was een erg geslaagde middag.

Henk Kosters, jeugdafdeling

De grens van land en zee – realistische kunst van Johnny Beerens

1 juni 2010

beerensgraansiloGraansilo Breskens, Johnny Beerens

De meeste Zeeuwen en ik vermoed ook veel Zeeland-liefhebbers buitendijks, kennen de watertoren van het Zeeuws-Vlaamse Oostburg met de denkbeeldige scheur en de waterdruppels. Ook de schildering op de graansilo bij Breskens met de vijf enorme broden en twee vissen (een motief uit het nieuwe Testament en een verwijzing naar Breskens als vissersdorp) is van zijn hand.

Johnny Beerens, geboren in 1966, is een in Breskens wonende kunstenaar. Zijn werken verwijzen meermaals naar motieven die met Zeeland te maken hebben. Gedurende de laatste vijftien jaar heeft hij zich ontwikkeld van figuratief schilder van portretten en landschappen tot iemand die op groot formaat verslag doet van geconcentreerd kijken naar mossen, gewassen, besneeuwde stenen, ijs, omgeploegde aarde, water en licht. Zijn zelfgeschept papier is vernieuwend, zijn uitvergroten van detail bijzonder: verweerde palen, begroeide stenen. De grens van land en zee.

Ik stel mezelf voor de opgave om schilderkunstig dingen te onderzoeken“, zegt hij over zijn werkwijze. Die dingen zijn dan vooral oerbeelden met een blijvende waarde, zoals basaltblokken, graanvelden en paalhoofden. Ogenschijnlijk saaie onderwerpen, maar in een schilderij van Beerens is altijd zoveel te zien, dat je er nooit op raakt uitgekeken.

Over Johnny Beerens is al veel geschreven. Onlangs verscheen de monografie: Johnny Beerens – Schilderijen, Muurschilderingen, Werken op papier (veel foto´s en tekst van Lo van Driel) en tevens heeft de kunstenaar uit Breskens een eigen website.

Over media-aandacht niets te klagen, deze post is dan ook slechts bedoeld om de liefhebber erop te attenderen dat de dubbeltentoonstelling Johnny Beerens: Binnendijks – Buitendijks nog te zien is tot en met 13 juni 2010 in de Zeeuwse Bibliotheek in Middelburg en het Marie Tak van Poortvliet Museum in Domburg.

JB01

Foto:  Marian van de Weide

Nooit eerder is er zoveel werk dat ontstaan is in de afgelopen acht jaar bij elkaar te zien geweest. Veel van de tentoongestelde werken komen uit particuliere collecties en zijn nog niet of slechts een enkele keer tentoongesteld. In het Marie Tak van Poortvliet Museum worden schilderijen getoond die hier in Zeeland op de grens tussen zee en land, buitendijks tot stand gekomen zijn. In de Zeeuwse Bibliotheek ziet u werk dat ver buiten Zeeland, ver achter de dijken, ontstaan is. Een grensoverschrijdende expositie die een onvergetelijke indruk achterlaat.

Janette Zuydweg, vakreferent kunst

Een reis langs de evolutie: het Beaglekanaal

18 mei 2010

Het Darwinjaar is inmiddels voorbij, maar ’s mans gedachtegoed blijft nog onverminderd voortleven. Tijdens mijn laatste reis was ik de gelukkige om een deel van de reis die Darwin ook maakte per zeilschip te herbeleven. In Tierra del Fuego (of Vuurland, genoemd naar de op de kust vuurtjes stokende Yamana indianen) bouwde Darwin de belangrijkste bouwstenen voor zijn evolutietheorie op.

Vuurland...het einde van de wereldHij vond er de eerste aanwijzingen dat de aarde vele malen ouder moest zijn dan tot dan toe werd gedacht. Was Darwin mij niet 150 jaar voor geweest, dan had ik het zelf kunnen bedenken, want ik heb het nu met eigen ogen kunnen aanschouwen in het Beaglekanaal, waar ik mij eind maart bevond.

Eerder die reis was ik door enige oerbossen gewandeld rondom Ushuaia (Argentinië). Het viel me toen al op dat zich op de keiharde rotsbodem gewoon mossen hadden gevormd. Op die mossen weer andere mossen, nog meer mossen en nog veel dikkere lagen mossen, daar weer bovenop wat struikjes tot er ten slotte ook bomen kwamen. Soms tegen hellingen steil als kliffen, met wortels die zich tientallen meters in het vierkant rondgrepen en her en der zichtbaar waren; ze konden immers niet door de steen heen.

Deze vegetatie indachtig ging de reis verder tot ik een goede week later met het zeilschip Europa voor anker ging bij de Garibaldi gletsjer in het Beaglekanaal. Vlakbij die duizenden jaren oude gletsjer lag een grot die de gletsjer in ouderdom waarschijnlijk verre overtrof. Iets hetgeen ik nog niet besefte op het moment dat we met de zodiac tegen de rotsformaties aanbotsten en naar binnen liepen.

Garibaldi grot

De ‘geologische expeditie’ is in afwachting van de scheepshond die met zijn achtergelaten cadeau toekomstige geologen voor een raadsel zal gaan stellen.

Na een paar keer van rots tot rots gesprongen te zijn besloot ik mijn geologische exercitie voort te zetten (hiermee bedoel ik in bedekte termen te melden dat ik de oer-Nederlandse gewoonte vakantiesouvenirs mee te nemen niet kon weerstaan). Ik pakte enige stenen van de stoffige bodem en ontdekte dat ik met de kracht van mijn duim de steen kon verpulveren.

steen garibaldi grot2

Een stuk steen zo hard als boterkoek bestaand uit vloeipapier- dunne laagjes.

De boterkoekstenen uit de grot bleken te bestaan uit honderden op elkaar geperste laagjes gefossiliseerde bomen, planten, struiken, mossen en grassen. Waar de rest van het gebergte nog goed zijn best deed het onderste deel van de steenpartij er voorgoed onder te houden, was in deze grot de evolutie tot stilstand gekomen.

Terwijl ik nog een steentje verkruimelde, begreep ik wat Darwin destijds allemaal gezien moest hebben en tot zijn conclusies was gekomen. Later die week zouden de krijtlagen uit pleistoceen en holoceen zich openlijk aan ons openbaren in deze uitlopers van de Andes, maar dat is weer een ander verhaal.

Om maar meteen een grote misvatting van de mensheid te ontkrachten: Darwin deed zijn eerste ideeën over de evolutietheorie op in Patagonië, en niet op de Galapagos, waar voor hem de sluitstukjes in elkaar vielen. Een en ander valt natuurlijk te lezen in ‘the Voyage of the Beagle‘/ ‘De reis van de Beagle‘ (Hoofdstuk IX; Patagonië), maar laten de meest Darwinaanhangers dat werk nu juist niet gelezen hebben.

Natuurlijk is zijn ‘Origin of species‘ / ‘De oorsprong der soorten‘ het vuur waarmee de bijbel kon worden verwoest, maar de controverse rondom de persoon Charles Darwin vanuit de kerk heb ik persoonlijk nooit zo begrepen. De man zelf is tot aan zijn dood namelijk overtuigd gelovige gebleven. Niet voor niets heeft hij jarenlang gewacht tot hij zijn conclusies, getrokken uit de Beaglereis, publiceerde.

Zoals de kerk wel vaker nieuwe ontwikkelingen en noviteiten foutief heeft beoordeeld, heeft men hier getracht de losgekomen stukken steen uit de sokkel waarop geloof en bijbel hun voortbestaan ontlenen, weer terug te plakken. Ze deden dit door Darwins uitlatingen als volstrekte kolder te verklaren en vol te houden dat de schepping in zeven dagen (zeven dagen van vierentwintig uur wel te verstaan) is geschapen.

Met wat voortschrijdend inzicht was het geloof nog prima in Darwins theorie in te passen geweest. Maar nee, deze nieuwlichterij moest weer als ketters worden beschouwd. Nu honderdvijftig jaar later is er geen simpel redenerend mens meer die nog gelooft dat de aarde niet meer dan 4.000 jaar oud is (hetgeen in 1859 nog werd geloofd).

Wel hebben we nu het probleem dat geloof en evolutie naast elkaar staan en veel mensen hun wereld de ene dag als een wetenschappelijk fenomeen beschouwen en de volgende als gelovige. Dat kunnen we niet meer terugdraaien, maar ik zou zeggen: breng eens een bezoek aan Vuurland.

Johan Francke, informatiespecialist Zeeuws Documentatiecentrum

Het bombardement op Middelburg

6 mei 2010

Tussen de Zeeuwse Bibliotheek en het bombardement op Middelburg zitten veel ‘links’. De belangrijkste en meest ingrijpende is de teloorgang van het mooie pand van de Provinciale Bibliotheek aan de Lange Delft en de brand- en waterschade aan boeken en handschriften.

Een afgewogen beschrijving van het bombardement is te vinden op Geschiedeniszeeland.nl Dit geeft een totaal ander beeld dan de fragmentarische verslagen van diverse ooggetuigen. Voor mij een eye-opener.

Verschillende activiteiten rond de herdenking van het bombardement zijn door SCEZ gegroepeerd. De gemeente Middelburg en het Zeeuws Archief besteden ook veel aandacht aan de 70 jarige herdenking. Onder de noemer Het vergeten bombardement is alles bij elkaar gebracht.

Als Zeeuwse Bibliotheek zijn we op veel manieren betrokken bij activiteiten. Jaarlijks komen er groepen scholieren in het kader van een project over het bombardement binnen het omgevingsonderwijs. In een vitrine liggen dan onder meer de resten van een verbrand Middeleeuws boek uit de voormalige Provinciale Bibliotheek. Foto’s van het bombardement zijn te zien via  Beeldbank Zeeland, boeken via de catalogus en ook verwijzingen naar tijdschriftartikelen. Op de tweede verdieping is van 27 april t/m 19 juni een expositie over het bombardement op Middelburg. Van 4 mei t/m 26 juni is de schatkamervitrine op de eerste verdieping gevuld met documentatie over de Tweede Wereldoorlog.

Persoonlijk ken ik de verhalen over het bombardement van mijn ouders, oom en tante. Zoals velen waren ze gevlucht uit de stad en bivakkeerden in een schuur. Veel indruk maakte het branden en instorten van de Lange Jan. Thuisgekomen bleek het huis van de familie Klaver gespaard. Wel moest mijn opa veel dakpannen en ruiten herstellen. Met mijn oom mag ik naar de bijeenkomst van de Ooggetuigen in het oude stadhuis. Het lijkt me bijzonder om op die manier betrokken te zijn bij een gebeurtenis die veel sporen heeft nagelaten.

Een van die sporen is verwerkt in het kunstproject De Explosie van de kunstenaar Ko de Jonge. De Stenen des aanstoots, die overal in de stad te vinden zijn, komen uit de gevel van de voormalige Provinciale Bibliotheek.

1877393933_58262fd800

Cocky Klaver, Zeeuws Documentatiecentrum